Geen verzendkosten vanaf € 100, -

100% puur natuur

100% liefde voor dieren

    +433115930800    |    klantenservice@ewalia.at

Geen verzendkosten vanaf € 100, -

100% puur natuur

liefde voor dieren

    +433115930800      |          klantenservice@ewalia.at

Kruiden voor paarden en huisdieren

Van "kruidenheksen" tot wetenschappelijke studies - van magie tot wetenschap!

Historisch gezien is het gebruik van kruidengeneesmiddelen terug te voeren op onze oervolkeren. Zodra het voor mensen mogelijk was om hun kennis schriftelijk door te geven, werden documenten zoals kleitabletten, rollen, tekeningen en nog veel meer over het gebruik van planten, inclusief beschrijvingen en receptenverzamelingen gevonden. In de tijd van de Griekse filosofen (ca. 5e  eeuw voor Christus) begon het gebruik en de omgang met kruiden en medicinale planten zich te ontwikkelen tot een soort leer en kreeg het een rudimentair, pre-wetenschappelijk karakter. Er ontstaan verschillende werken van Hippocrates tot Galen, van Pergamon tot Hildegard von Bingen, die zelfs nog in onze huidige literatuur worden geciteerd. Bekende namen als Dr. Wilhelm Heinrich Schüßler en Sebastian Kneipp vormden in de 19e eeuw ook de wens van de Europese bevolking naar natuurlijke kruidengeneesmiddelen. De aan het onderzoek naar geneeskrachtige planten gestelde eisen werden hoger naarmate de wetenschappelijke basiskennis groeide, de geneeskunde veranderde en de aantoonbaarheid van de effecten van thee-medicijnen en fytofarmaca werd geëist. De overgang van ondoorgrondelijke, magische effecten van kruiden naar wetenschappelijk controleerbare, biochemisch begrijpelijke processen op het gebied van kruidengeneeskunde heeft zich na vele millennia voltrokken, maar is nog verre van compleet.

Paarden en kruiden - een (pre)historisch terugblik

Vanuit geologische periodes gezien is de evolutie van het paard zeer goed onderzocht en gedocumenteerd. 55 miljoen jaar geleden voedden de voorouders van het huidige paard zich uitsluitend met vruchten en bladeren. Pas miljoenen jaren later werd gras de belangrijkste bron van voedsel en de steppe het gebruikelijke leefgebied. De instinctieve voedselopname van vruchten en kruiden van paardachtigen vertoont dus een lange genetische oorsprong. Omdat de vrije toegang tot de natuurlijke kruiden meestal niet mogelijk is voor onze dieren, of omdat paarden ook vaak worden geïmporteerd naar andere klimaatzones met andere vegetatie, is het de verantwoordelijkheid van de paardeneigenaren om op de juiste wijze voor hun paarden te zorgen.

In de menselijke geschiedenis van de kruidenkunde zijn ook bewijzen en recepten gevonden die specifiek aan dieren werden gevoerd (voornamelijk gebruiksdieren zoals paarden, runderen en schapen). Deze geschriften werden in de 17e en 18e eeuw samengesteld en gepubliceerd als specifieke geneesmiddelen voor de behandeling van dieren. Met de opkomst van veterinaire universiteiten begon de wetenschappelijke toegang tot fytofarmaceutische producten zich uit te breiden en werden traditionele recepten en ervaringen (vanuit traditie en overleveringen) wetenschappelijk herzien. Het gebied van de ondersteuning van dieren met geneeskrachtige kruiden is zeer breed en heeft, naast de conventionele geneeskunde, een groot potentieel voor toepassing binnen de praktijken van dierenartsen. 

Wat is goed voor mijn dier?

Het gebruik van kruiden en specerijen als voedingssupplementen dient de diergezondheid te bevorderen en de prestaties te verbeteren. In het boek “Geneeskrachtige Kruiden voor de Diergeneeskunde” is het volgende overzicht opgenomen:

  • Stimulatie en ondersteuning van de lichaamseigen natuurlijke en fysiologische functies en zelfgenezende krachten (bijvoorbeeld: stofwisseling, darmfuncties, immuunsysteem);
  • Reductie van ziekteverwekkende kiemen (voorbeeld: dermatofyten, pathologische darmbacteriën); 
  • Ondersteuning van de gezondheid bij schadelijke en ziekteverwekkende stoffen in de lucht, in het water of in diervoeder (bijvoorbeeld: bevordering van de leverfunctie en de ademwegen);
  • Activiteit van antioxiderende en vrije radicalen, om destructieve processen te reguleren (voorbeeld: verouderingsprocessen, gevolgen van ontstekingsprocessen).


In het algemeen dient te worden vermeld dat het bijzondere kenmerk van kruidengeneesmiddelen de combinatie van werkzame stoffen met indifferente middelen zoals ballast- of begeleidende stoffen is, die samen een efficiëntere absorptie en omzetting van de werkzame stoffen in het organisme mogelijk maken. Deze stoffen zijn ook niet gelijkmatig verdeeld in de planten, maar zijn geconcentreerd in bijvoorbeeld de bladeren, vruchten, zaden of wortels. De werkzaamheid van de planten varieert met hun seizoensgebonden groei, oogsttijd, opslag, etc. Deze kan redelijk stabiel kan worden gehouden door gecontroleerde beplanting, bemesting en opslag. Daarom koopt Ewalia kruiden en andere ingrediënten uitsluitend in farmaceutisch geteste kwaliteit. 

Welke groepen werkzame stoffen zitten er in kruiden?

Alkaloïden

Worden vanwege hun sterke werking ook wel "genezende giffen" genoemd. Als belangrijkste actieve ingrediënten zijn ze nauwelijks geschikt als thee-therapie, zoals belladonna, maar worden ingezet als neven-werkstof in de farmaceutische industrie.

Bitterstoffen

Hebben minder te maken met de smaak van de betreffende plant, maar meer met de werkzame stof die er rechtstreeks mee samenhangt. Ze worden onderverdeeld in drie groepen.

Zuivere bitterstoffen, Amara tonica

Deze stimuleren de afscheiding van maagsap intensief en hebben ook een versterkend effect. Bij het ontbreken van eetlust en ter verbetering van de spijsvertering worden bitters succesvol ingezet. Ze worden ook gebruikt in geval van zwakte en voor herstel. Voorbeelden: gentiaan, walnootbladeren, duizendblad.

Bitter-aromatische stoffen, Amara aromatica

Naast bitterstoffen bevatten deze ook etherische oliën en hebben daardoor een bijkomende werking (zie etherische oliën). Ze werken dus niet alleen puur op de maag, maar breiden hun effect ook uit naar de darmen (carminatief effect) en beïnvloeden ook de nier- en galfunctie. Etherische oliën hebben een antiseptische werking en zijn daarom ook antibacterieel en antiparasitair. Voorbeeld: duizendblad

Scherpe bitterstoffen, Amara acria

Bitterstoffen in combinatie met scherpe stoffen komen vaker voor bij niet-inheemse geneeskrachtige planten zoals gember. Ze verbeteren de functie van de bloedsomloop, die aanzienlijk wordt beïnvloed door de spijsvertering.

Etherische oliën

Zijn plantaardige bestanddelen die zeer vluchtig zijn, maar in water niet of nauwelijks oplosbaar. Meestal zijn ze  bij een sterkere concentratie in de planten zeer intensief qua geur, zoals pepermunt. In de planten worden ze voornamelijk opgeslagen in zogenaamde "oliecontainers", de oliecellen, oliekanalen of olieklierharen en bestaan vaak uit meer dan 100 afzonderlijke werkzame stoffen. De volgende werkingen zijn waargenomen: ontstekingsremmend, slijmoplossend (ophoesten verlichten), diuretisch (vocht afdrijvend), spasmolyticum (krampstillend) en versterkend op de maag, darmen, galblaas en lever. Kort gezegd: ze bestrijden bacteriën, fermentatiepathogenen en waarschijnlijk ook virussen, maar ze doden ze niet.

Flavonoïden

Zijn altijd onderdeel van de totale werking van een medicinale plant, zodat er geen direct, individueel effect aan kan worden toegekend. Flavonoïden hebben verschillende chemische en fysische eigenschappen, maar sommige effecten zijn kenmerkend voor deze groep: ondersteuning van abnormale capillaire fragiliteit, bepaalde hart- en vaatziekten en krampen in het spijsverteringskanaal. 

Looistoffen

Zijn bestanddelen op farmaceutisch gebied die in staat zijn om eiwitten van de huid en het slijmvlies te binden en om te zetten in resistente, onoplosbare stoffen. Ze verwijderen als het ware de voedingsbodem van bacteriën die zich op de beschadigde huid en het slijmvlies hebben gevestigd. Looistoffen worden meestal aanbevolen en gebruikt voor uitwendige  toepassingen. Voorbeeld: eikenschors, bosbessen.

Glycosiden

Hebben een dermate grote verscheidenheid aan werkingen en diversiteit dat een samenvatting niet mogelijk is. Sommige Flavonen en bitterstoffen zijn vaak ook glycosiden. Wat glycosiden gemeen hebben is dat ze door hydrolyse (splitsing onder waterabsorptie) kunnen worden gesplitst in een suiker en een niet-suiker (aglycone), waarbij de laatste grotendeels het effect van de medicinale plant bepaalt. .

Kiezelzuur

Wordt voornamelijk aangetroffen in planten van de familie van de paardenstaart, de aster en grassen. Ze nemen het kiezelzuur op uit de bodem en slaan het op in hun celmembraan of celstof. Kiezelzuur is een belangrijk bestanddeel van het organisme, met name van het bindweefsel, de huid, het haar en de hoeven, en wordt daarom hier gericht gebruikt bij klachten.

Saponinen

Zijn plantaardige glycosiden, die samen met water een duurzaam schuim produceren, olie in water emulgeren en een hemolytisch effect hebben, d.w.z. het bloedpigment laten ontsnappen uit de rode bloedlichamen. De oppervlakteactiviteit van de saponinen zorgt ervoor dat het taaie slijm in de bronchiën vloeibaar wordt, waardoor het gemakkelijker op te hoesten is. Ze hebben ook een vochtafdrijvend (aquaretisch) effect en kunnen bijvoorbeeld oedemen uitspoelen. Bovendien verhogen saponinen de opname van actieve plantaardige bestanddelen. 

Slijm

In botanisch-farmacologische zin wordt onder slijm verstaan: koolhydraat houdende stoffen die sterk opzwellen in water en een stroperige vloeistof leveren. Deze slijmstoffen zijn slechts bij enkele planten in grote hoeveelheden aanwezig (bijv. in de hibiscus). In combinatie met andere werkzame stoffen verzachten slijmstoffen irritaties, vormen een fijne beschermlaag rond de slijmvliezen en hebben een licht laxerende werking omdat ze de darmvulling losmaken, water vasthouden en opzwellen. Bovendien verzachten ze een mogelijke zure smaak van kruiden of kruidenmengsels enigszins.

Vitaminen, mineralen en sporenelementen

Deze essentiële voedingsstoffen zijn in het organisme nodig om bouwstoffen (bindweefsel, botten, tanden) en celstructuren op te bouwen. Ze leveren bouwstenen voor fysieke enzymen (fermenten) en hormonen, activeren metabole processen en beïnvloeden de orgaanfuncties en de vochthuishouding. Mineralen, sporenelementen en vitaminen zijn in water oplosbaar en hebben daarom vaak een helende werking. De rozenbottel en duindoorn zijn bijvoorbeeld belangrijke leveranciers van diverse vitaminen en sporenelementen. 

Waarom een kruidenextract en niet de kruiden gedroogd voeren?

De innovatieve doseringsvorm van pure kruidenmengsels in vloeibare vorm zonder toevoegingen is samen met dierenartsen en paardentherapeuten ontwikkeld. De vele beoordelingen van klanten die de positieve effecten van de kruidensappen bevestigen, laten zich gemakkelijk verklaren:

Bij de regulier verkrijgbare mengsels van gedroogde kruiden worden de kruiden pas tijdens het  spijsverteringsproces in hun bestanddelen afgebroken. Dit resulteert in een verlies van essentiële werkzame stoffen. De opgeloste ingrediënten van EWALIA - puur natuur-kruidensappen zijn daarentegen onmiddellijk na inname beschikbaar en kunnen direct hun werking hebben op de gewenste plaatsen. Op deze manier wordt de maximale werking van de kruiden benut.

Wat is er zo bijzonder aan EWALIA kruidensappen?

  • Unieke recepten en afgestemde kruidenmengsels ontwikkeld door een team van experts met uitstekende feedback van onze klanten
  • Alles puur natuur - GEEN toegevoegde suikers, chemische additieven en conserveringsmiddelen
  • Farmaceutisch geteste kwaliteit van de kruiden en hun bestanddelen
  • Milde productiewijze afgestemd op elk specifiek kruidenmengsel
  • Hoge biobeschikbaarheid door vloeibare doseringsvorm


Auteur: Bianca Becker-Slovacek, 10-12-2018

Literatuur

  • Blaschek, W. (2016). Wichtl - Teedrogen und Phytopharmaka. Stuttgart: Wissenschaftliche Verlagsgesellschaft.
  • Pahlow, M. (2013). Das große Buch der Heilpflanzen. Hamburg: Nikol Verlag.
  • Reichling, J., Gachnian-Mirtscheva, R., Frater-Schröder, M., Di Carlo, A., & Widmaier, W. (2008). Heilpflanzenkunde für die Veterinärpraxis. Berlin-Heidelberg: Springer Medizin Verlag.